BOOS: Als “alles niet meer werkt”… wat dan wél?

Gepubliceerd op 7 april 2026 om 21:25
tiener, jongvolwassene, jeugdzorg, psychischezorg, problemen

De uitzending van BOOS over Yes We Can Clinics kwam voor mij niet echt als een verrassing. Wel als een bevestiging. Een pijnlijke bevestiging. Want terwijl veel mensen de eerdere Videoland-serie zagen als een hoopvol inkijkje in een kliniek waar jongeren eindelijk geholpen zouden worden, voelde ik daar zelf al geregeld ongemak bij, vooral bij de aanpak van de counselors. Daar kreeg ik echt jeuk van.

BOOS zet daar nu een veel grimmiger werkelijkheid naast. Volgens het programma sprak de redactie met meer dan 100 bronnen, onder wie ruim 80 oud-cliënten, meer dan 20 oud-medewerkers en 9 deskundigen. Het beeld dat daaruit naar voren komt is dat van een commerciële jeugdkliniek met een one size fits all-aanpak die jongeren soms getraumatiseerd achterlaat.

Als niets meer werkt

Yes We Can presenteert zich zelf als de plek waar jongeren terechtkunnen “als niets meer werkt”. Op de eigen website schrijft de kliniek dat zij jongeren van 13 tot en met 27 jaar behandelen met psychische en psychiatrische problemen, verslavingen, gedragsproblemen en trauma’s. De aanpak is intensief, sterk groepsgericht en strak kaderend. De kliniek zegt bovendien dat 74 procent van de fellows na afloop geen specialistische ggz meer nodig heeft. Dat klinkt indrukwekkend. Misschien wel iets té indrukwekkend.

Het laatste redmiddel

Want zodra psychische hulp zichzelf gaat verkopen als een soort laatste redmiddel met indrukwekkende succesverhalen, gaan bij mij de alarmbellen af. Niet omdat hulp niet hoopvol mag zijn. Natuurlijk wel. Mensen hebben hoop nodig. Ouders al helemaal als hun kind vastloopt, depressief, verslaafd of suicidaal is. Alleen is hoop iets anders dan een bijna messiaanse belofte. In de psychische hulpverlening werk je met mensen, met trauma, met hechtingspijn, met wanhoop, met gedrag dat ooit een reden heeft gehad. Dan past bescheidenheid. Dan past zorgvuldigheid. Dan past geen taal die suggereert dat je even dé oplossing in handen hebt.

Videoland serie Yes We Can

Wat mij in de Videoland-serie al stoorde, en wat in BOOS veel harder terugkomt, is de toon van de aanpak. De rol van counselors en ervaringsdeskundigen. De harde confrontaties. De groepsdruk. Het idee dat jongeren via pijn, schaamte en afbraak eerst door iets heen moeten voordat er iets nieuws kan ontstaan. Het wordt gebracht als eerlijk, direct en doeltreffend. Ik vind het vooral gevaarlijk. Zeker bij jongeren met trauma, depressie, zelfbeschadiging of een verleden van seksueel misbruik. Juist bij deze groep hoort veiligheid voorop te staan. Niet als extraatje. Niet als luxe. Als basis.

Therapie hoort een veilige plaats te zijn

Een therapeutische relatie hoort in de eerste plaats veilig te zijn. Niet soft, niet grenzeloos, niet vrijblijvend, wel veilig. Iemand moet kunnen voelen: ik word hier niet vernederd, niet gebroken, niet bespeeld. Ik hoef mezelf hier niet te beschermen tegen degene die mij zou moeten helpen. Zonder die basis krijg je geen echte verandering. Dan krijg je aanpassing. Pleasen. Meedoen. De juiste dingen zeggen. Overleven in een nieuwe verpakking. Dat is iets anders dan herstel.

12 Stappenplan naar Minnesota model

Wat ik daarnaast echt onbegrijpelijk vind, is het brede gebruik van een 12-stappenachtige benadering bij jongeren met totaal verschillende problematiek. Yes We Can richt zich nadrukkelijk niet alleen op verslaving, maar ook op jongeren met trauma, psychiatrische klachten en gedragsproblemen. Dat staat gewoon op hun eigen site. Ik vind het een vreemde en riskante gedachte dat een model dat van oorsprong bedoeld is voor verslavingszorg bij volwassenen zo breed wordt toegepast op jongeren die vaak juist kampen met ontwikkelingsschade, onveilige hechting, dissociatie, depressie of misbruikervaringen. Dan ga je al snel behandelen op gedrag, terwijl de echte wond ergens anders zit.

En ja, ik weet dat sommige jongeren zeggen dat het hen geholpen heeft. Dat geloof ik ook. Structuur kan helpen. Groepsgevoel kan helpen. Ervaringsdeskundigheid kan helpen. Confrontatie kan soms zelfs helpend zijn, mits die ingebed is in veiligheid, deskundigheid en timing. Maar dat is precies het punt. Confrontatie is geen behandelvisie op zichzelf. Hardheid is geen therapievorm. Schaamte is geen medicijn.

Mijn eigen ervaringen en gevaarlijke claims

In mijn eigen praktijk zie ik jongeren en jongvolwassenen terug die daar zijn geweest. Met wisselend succes, laat ik dat eerlijk zeggen. Sommigen hebben er zeker iets uitgehaald. Maar ik zie ook dat de problematiek bepaald niet altijd weg is. Eerst komen ze bij mij in nazorg, en dan blijkt al snel dat er onder de oppervlakte nog van alles leeft. Trauma. Angst. Depressie. Schaamte. Verwarring. Een diep wantrouwen richting hulp. Dan denk ik: hoe kan een kliniek zich zo stellig presenteren, terwijl de werkelijkheid van psychisch herstel nu juist grillig en kwetsbaar is?

Je kunt als behandelaar nooit garanderen dat iemand “definitief geholpen” is. Dat bestaat gewoon niet. Niet in dit vak. Niet bij de psyche. Niet bij jongeren die vaak al een hele geschiedenis met zich meedragen. Wie dat toch suggereert, verkoopt iets wat veel complexer is dan een traject van een paar weken.

Private Equity als eigenaar van een jeugdkliniek

Wat BOOS ook blootlegt, is dat er achter die zorgtaal inmiddels gewoon een groot zorgbedrijf staat. Yes We Can groeide uit tot een organisatie met ongeveer 500 medewerkers, ongeveer duizend opnames per jaar en een omzet van rond de 56 miljoen euro in 2024. Eerder was de organisatie in handen van Holland Capital en in 2025 kreeg investeerder Bencis de zeggenschap. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat zorg slecht is. Laat ik daar precies in zijn. Maar zodra groei, merkverhaal, mediabekendheid en rendement een grote rol gaan spelen in de jeugdzorg, moet je extra kritisch worden. Zeker als het gaat om kwetsbare jongeren die zelf vaak niet goed kunnen overzien waar ze in terechtkomen.

Professionele behandelaren die minder gewaardeerd waren dan een onopgeleide counselor

Nog zorgelijker vind ik dat ik uit de praktijk ook signalen hoor van professionals die er gewerkt hebben en die aangeven dat er intern weinig ruimte is voor kritiek. Dat herken ik helaas vaker in systemen die erg overtuigd zijn van hun eigen methode. De onopgeleide counselors waren belangrijker dan professionals die opgeleid zijn in de psychische hulpverlening. Zodra een organisatie zichzelf gaat zien als dé redding, wordt tegenspraak al snel lastig. Dan verschuif je ongemerkt van hulp naar ideologie. En dat is precies waarom deze uitzending belangrijk is.

Vinden we het acceptabel dat kwetsbare jongeren in naam van herstel worden onderworpen aan een aanpak die door velen als vernederend, ongefundeerd en traumatiserend wordt beschreven door slecht of niet opgeleide medewerkers die geen hulpverleningsopleiding hebben gehad? Een methodiek die onwetenschappelijk wordt toegepast? Ik vind van niet.

Professionele nabijheid is zo belangrijk

Wie al geleerd heeft dat liefde hard is, dat je pijn moet verdragen om erbij te mogen horen, dat jouw grens er niet toe doet, die heeft geen kliniek nodig die dat patroon nog eens dunnetjes overdoet. Die heeft iets anders nodig. Een plek waar iemand niet eerst afgebroken wordt om eindelijk kneedbaar te worden. Een plek waar veiligheid de basis hoort te zijn. Waar nabijheid professioneel is. Waar er echt gekeken wordt naar wat iemand nodig heeft, wat iemand beschermt, wat iemand ooit heeft moeten ontwikkelen om het te overleven. 

Dat is minder spectaculair. Het levert waarschijnlijk ook minder goede televisie op. Maar het is wel goede zorg. Goed dat BOOS alles heeft voorgelegd bij de IGJ.

 

Wil je hulp,  informatie of een afspraak, neem dan contact met mij op.

 

Kijk hier de uitzending van BOOS terug

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.