Geen DSM wel kwaliteit van psychische zorg

Gepubliceerd op 7 februari 2026 om 23:43
bruggen bouwen in de geestelijke gezondheidszorg

In mijn spreekkamer gebeurt er iets heel concreets. Mensen komen binnen met een psyche die in overload is, een onrustgevoel dat al maanden “aan” staat. Met ruzies die steeds hetzelfde patroon volgen. Met angsten en piekeringen waar ze ’s nachts wakker van liggen. Met een hoofd dat de hele dag doordreunt of een leeg gevoel waar eigenlijk woorden en gevoelens hadden moeten zijn. En dan, in de loop van de weken, zie ik iets verschuiven: iemand ontspant, kan weer voelen, kan weer kiezen, eet beter, gaat weer slapen, durft weer contact te maken met zichzelf en anderen.  

En dan is er die andere wereld. De wereld van “regulier” versus “alternatief”. De reguliere wereld die met de DSM werkt, mensen stoornissen geven en productie moeten draaien alsof mensen producten zijn. Van de week benoemde ik het al eens: dit werk gaat over mensen en verbinding maken en niet over producten en productie draaien. We zijn geen fabriek en mensen zijn geen machines. Gelukkig zag ik vandaag dit artikel; Psychiatriebijbel DSM gaat op de schop.

Ik werk niet met de DSM als 'bijbel'

Ik zeg het maar gewoon zoals het is: ik werk niet met de DSM. Het is voor mij meer een bijeengeraapt zooitje diagnoses die elkaar vaak overlappen. Wat ik er wél mee doe? Ik gebruik het soms als kapstok om evidence based behandelingen te vinden. Als ingang om te kijken: welke interventies zijn onderzocht bij dit soort klachten? Welke aanpak past? Als ik het even niet meer weet of zoekende ben.

Maar mijn vertrekpunt is bijna altijd: wat gebeurt er in de ander en welk patroon herhaalt zich? In het lijf, het hoofd, de relatie, het leven. Want mensen komen niet binnen met “een stoornis”. Mensen komen binnen met een verhaal. Met een historie waar allerlei overleefmechanismen zijn ontstaan die nu niet meer zo goed werken..

En toch ga ik soms twijfelen

Dat is misschien het meest verwarrende: ik ben een therapeut met een sterk innerlijk kompas, en tóch kan ik ineens onzeker worden.

Niet omdat ik geen goede resultaten zie. Die zie ik juist wel. Maar omdat ik soms het gevoel krijg dat ik me moet verdedigen tegen iets wat ik niet eens verkeerd hebt gedaan maar gewoon tegen beeldvorming.

Alsof ik moet uitleggen waarom ik geen diagnoses uitdeel en mensen categoriseer

En dan denk ik weleens: Ben ik nou gek? Doe ik het wel goed? Waar gaat dit heen?

Om vervolgens diezelfde week iemand te horen zeggen:

  • “Ik snap eindelijk waarom ik zo fel word.”

  • “Ik voel me voor het eerst echt gezien en gehoord.”

  • “Ik heb het idee dat ik weer grip krijg.”

  • “We hebben voor het eerst ruzie zónder dat het escaleerde.”

Dan denk ik: nee. Ik ben niet gek. Dit werkt juist heel goed. 

Wat ik soms moeilijk vind om hardop te zeggen

Ik vind het ongemakkelijk om te zeggen dat ik soms betere kwaliteit lever dan menig reguliere GGZ. Dat klinkt al snel alsof ik mezelf op de borst klop. Dus laat ik het anders zeggen: ik hoor vaak van mensen dat ze zich in de reguliere GGZ vooral een nummer voelden. Of dat ze met die paar gesprekken vooral bezig waren met formulieren, wachtlijsten, protocollen, doorverwijzingen en afwijzingen.

En dat ze bij mij voor het eerst merken:

  • dat er tijd en aandacht is

  • dat er samenhang is ook al zien ze dat niet meteen

  • dat ze niet gereduceerd worden tot een label met bijpassende behandeling

  • dat hun context en geschiedenis ertoe doen en er mag zijn, dat er ruimte voor is

  • dat het niet alleen gaat om klachten dempen, symptomen bestrijd maar om begrijpen en als vanzelf veranderen door het inzicht

Ik werk bewust niet in een lopende-bandtempo. Ik neem maximaal een beperkt aantal cliënten per dag aan, omdat ik kwaliteit wil leveren en omdat ik mijn werk goed wil doen op een goed werkbare manier. Waarin ik ook zuinig ben op mezelf als instrument. Voldoende rust tussen de gesprekken, rapportages gelijk af kunnen maken. Me openstellen voor de volgende cliënt zonder tijdsdruk of haast (als het even kan..).

Waarom dit spanningsveld me raakt

Omdat je aan de ene kant ziet: mensen knappen op.

En aan de andere kant soms voelt: ik moet mezelf nogal eens legitimeren.

Die twee tegelijk ervaren is raar. Het maakt me soms te alert. Alsof ik me continu moet bewijzen dat ik het goed doe.

Gelukkig duren die momenten niet lang en kan ik het al vrij snel weer loslaten.

Wat ik wél wil: een brug, geen strijd

Ik ben niet “anti-regulier”. Ik zie ook hoeveel goede mensen daar werken en hoe hard ze rennen en hoeveel er op hen af komt. Alleen: het systeem is vaak te strak, te vol, te administratief. En daardoor komt de mens pas op plek drie. Het gaat om productie draaien, bezuinigen en soms zelfs lijkt het meer te gaan om de poort dicht te houden in plaats van open te stellen. Het poortje wordt heel nauw gemaakt voordat je binnen mag om echt behandeld te worden. Als je al behandeld wordt en niet meteen strandt na de intake.

Wat ik hoop, is dat de geestelijke gezondheidszorg meer durft te bewegen richting:

  • minder hokjes en labels

  • meer dimensies en patronen

  • meer aandacht voor context

  • meer ruimte voor onzekerheid en proces

  • meer samen beslissen wat passend is

 Dat is misschien wel een uitdaging.

En voor jou, als je dit leest

Als jij ooit gedacht hebt: Misschien ben ik gewoon “kapot” "gestoord" of “gek” omdat geen label helemaal past…of omdat je 'uitbehandeld' bent verklaard, dan ben je waarschijnlijk vooral mens. En als jij al lang voelt dat je klachten niet los te zien zijn van je geschiedenis, je relaties, je stress, je trauma, je hechting, je omgeving… dan klopt dat ook. Je hoeft niet in één vakje te passen om geholpen te worden.

Ik werk in Breda met mensen die vastlopen in stress, trauma, hechting en relatiedynamiek. En ik werk juist graag met wat er echt speelt en leeft in jou.

Voor meer informatie of een afspraak, neem dan contact met mij op.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.