Als advocaten op de stoel van de psycholoog gaan zitten: over trauma, overlevingsgedrag en ongeloof in de rechtszaal

Gepubliceerd op 26 maart 2026 om 17:12
vrouw in een rechtszaak, seksueel misbruik, trauma, advocaat beschuldiging, ali b, trauma

In de berichtgeving over het hoger beroep in de zaak rond Ali B viel mij iets op dat veel verder gaat dan deze ene rechtszaak. Het gaat over hoe er naar slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gekeken. Over wat mensen kennelijk verwachten van iemand die iets ingrijpends heeft meegemaakt. Over de hardnekkige gedachte dat een “echt” slachtoffer zich op een herkenbare, logische en vooral zichtbare manier hoort te gedragen.

Volgens berichtgeving van NOS liet de verdediging beelden zien waarop Ellen ten Damme tijdens opnames veelal lachend te zien is. Ali B en zijn advocaat zouden hebben aangevoerd dat dit “niet rijmt” met wat zij zegt te hebben meegemaakt. Haar advocaat noemde dat juist overleefgedrag. Ook meldde RTL dat advocaat Bart Swier stelde dat een zogenoemde emotieverklaring maar beperkt als steunbewijs kan dienen, en dat veranderingen in emoties niet direct na het incident zouden zijn waargenomen.

Dat raakt aan iets fundamenteels. Zodra gedrag, gezichtsuitdrukking, timing van emoties of het al dan niet direct vertellen van een ervaring worden gebruikt om iemands geloofwaardigheid te wegen, schuift het gesprek op van feiten naar verwachtingen over menselijk gedrag. En precies daar begint het te wringen.

Trauma houdt zich niet aan een script

Mensen die seksueel geweld of grensoverschrijdend gedrag meemaken, reageren vaak heel verschillend. De één bevriest. De ander gaat door. Iemand kan lachen, zich aanpassen, de sfeer proberen te redden, het wegstoppen, later pas begrijpen wat er eigenlijk gebeurd is, of pas veel later woorden vinden voor wat zo ontregelend was.

Dat is geen vreemd gedrag. Dat is menselijk gedrag onder stress.

Juist bij trauma zie je vaak dat iemand op de automatische piloot doorgaat. De buitenkant kan dan verrassend “normaal” lijken, terwijl er van binnen van alles gebeurt. Dat noemen we in de psychologie geregeld overlevingsgedrag. Het zenuwstelsel kiest dan voor voortbewegen, aanpassen, sussen, verdoven of doorgaan, omdat dat op dat moment de veiligste route lijkt.

Wie daar achteraf een soort meetlat naast legt, van “een echt slachtoffer zou meteen overstuur zijn”, “een echt slachtoffer zou direct weglopen”, of “een echt slachtoffer zou nooit meer lachen”, begrijpt te weinig van trauma.

Het probleem met psychologische aannames in de rechtszaal

Een advocaat mag uiteraard kritisch zijn. Dat hoort bij het vak en bij een eerlijk proces. Daar gaat dit artikel dus niet over. Het probleem ontstaat op het moment dat er impliciete psychologische normen worden neergezet. Alsof iemands reactie moet voldoen aan een verwacht patroon om serieus genomen te worden.

Dan krijg je iets pijnlijks.

Dan wordt een slachtoffer niet alleen bevraagd op wat er gebeurd is, maar ook op de manier waarop het lichaam, het gezicht, het geheugen en de emoties daarna hebben gereageerd. Dan wordt er als het ware gezegd: jouw reactie past niet in mijn beeld van slachtofferschap, dus jouw verhaal wordt verdacht.

Dat is een gevaarlijke redenering.

Want mensen reageren niet volgens een keurige folder. Trauma is geen toneelstuk met een vaste regie. Er is geen universeel draaiboek voor hoe ontregeling eruitziet. De één wordt stil. De ander praat door. De één voelt meteen walging of angst. De ander voelt eerst niets, en schrikt daar pas later van. De één vertelt het direct. De ander pas jaren later. Dat zegt op zichzelf nog niets over de waarheid van wat er gebeurd is.

Lachen, doorgaan en aanpassen zeggen lang niet altijd wat mensen denken dat ze zeggen

Dat iemand na een ingrijpende gebeurtenis nog lacht, nog werkt of nog contact houdt, wordt door buitenstaanders vaak gezien als verdacht. Alsof normaal gedrag bewijs zou zijn dat het wel meevalt.

Alleen zo simpel werkt het niet.

Veel mensen kennen dat mechanisme trouwens ook uit heel andere situaties. Je functioneert door op een begrafenis. Je maakt zelfs een grap. Je werkt nog een week door terwijl je wereld instort. Je zegt “gaat wel” terwijl je van binnen omvalt. Mensen zijn wonderlijk goed in overleven en soms is dat prachtig, maar soms wordt het tegen hen gebruikt.

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag gebeurt dat extra snel. Dan worden gewone overlevingsreacties opeens behandeld alsof ze afbreuk doen aan geloofwaardigheid. Alsof aanpassing betekent dat er geen ontregeling was. Alsof een glimlach een vrijbrief is voor ongeloof.

Dat is een pijnlijke misvatting.

Ook het late vertellen van een verhaal zegt weinig over de impact

In de berichtgeving kwam ook terug dat de verdediging vraagtekens zette bij het moment waarop over het incident zou zijn verteld. Ook dat past in een breder patroon dat je vaak ziet bij slachtoffers van seksueel geweld. Mensen denken nog steeds te vaak: als het echt zo erg was, dan had ze het meteen verteld. RTL meldde dat de verdediging stelde dat twijfel bestaat over wanneer Ellen ten Damme haar toenmalige partner over het incident zou hebben verteld, en dat de timing van geobserveerde emoties volgens hen niet bruikbaar was als steunbewijs.

Alleen ook dat idee botst met wat we weten over schaamte, verwarring, dissociatie, schuldgevoel, loyaliteitsverwarring en angst voor de gevolgen van spreken. Veel slachtoffers vertellen het later. Soms veel later. Omdat ze eerst zelf proberen te begrijpen wat er gebeurd is. Omdat ze bang zijn dat niemand hen gelooft. Omdat ze de impact klein proberen te houden om überhaupt verder te kunnen.

Het uitgestelde verhaal is dus vaak geen teken van onbetrouwbaarheid. Het is vaak juist een teken van hoe ingewikkeld en ontregelend de ervaring was.

Wat dit maatschappelijk zo schadelijk maakt

Zodra in een publiek besproken zaak zichtbaar wordt gesuggereerd dat emoties, gedrag of timing van slachtoffers “niet kloppen”, sijpelt dat door naar de samenleving. Dan horen andere slachtoffers dat ook. Dan denken mensen thuis op de bank: zie je wel, als ik niet op de juiste manier reageerde, zullen ze mij ook wel niet geloven.

Dat is de echte schade.

Want zo blijft de lat absurd hoog liggen. Dan moet je als slachtoffer al iets meemaken, daarna precies goed reageren, vervolgens op het juiste moment spreken, en het ook nog eens op een manier doen die voor buitenstaanders psychologisch aannemelijk voelt.

Alsof overleven netjes moet verlopen om geloofd te worden.

We hebben meer kennis nodig en minder snelle oordelen

Wat hier nodig is, is meer besef van hoe trauma werkt. Meer kennis over bevriezen, aanpassen, doorgaan, dissociëren en het later pas kunnen duiden van grensoverschrijding. Meer terughoudendheid bij stellige conclusies over hoe een slachtoffer zich “hoort” te gedragen.

Dat geldt in de rechtszaal, in de media en eerlijk gezegd ook in gewone gesprekken.

Je kunt iemands binnenwereld niet aflezen aan een lach op beeldmateriaal. Je kunt de impact van seksueel grensoverschrijdend gedrag niet samenvatten in een paar zichtbare emoties. En je kunt al helemaal niet op basis van een buitenkant bepalen of iemand “goed genoeg” slachtoffer is.

Dat idee is niet alleen onjuist. Het is ook hard.

Je trauma moeten bewijzen... 

Wat mij betreft zit daar de kern. Slachtoffers van seksueel misbruik of grensoverschrijdend gedrag zouden niet óók nog eens moeten bewijzen dat hun trauma zich op de voor buitenwereld begrijpelijke manier heeft gedragen.

Mensen reageren zoals mensen reageren onder druk, onder angst, onder shock en onder schaamte. Rommelig dus. Tegenstrijdig soms. Menselijk vooral.

En misschien is dat precies wat we veel serieuzer moeten nemen.

Voor meer informatie of een afspraak, neem dan contact met mij op.

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.