Waarom je soms volledig blokkeert wanneer emoties je overspoelen, en hoe ervaringen uit je jeugd daarin kunnen doorwerken.
Stel je voor: je hebt een gesprek met je partner. Er gebeurt iets wat je raakt. Misschien zegt je partner iets wat je als afwijzing ervaart, voel je je niet begrepen of ben je bang dat de ander boos op je is. Je voelt dat er iets in je verandert. Je hart gaat sneller kloppen, je ademhaling versnelt en de spanning in je lichaam neemt toe. Je wilt uitleggen wat er in je omgaat. Je wilt vertellen wat je voelt, wat je raakt en wat je nodig hebt. Maar het lukt niet.
In je hoofd ontstaat een enorme mallemolen van gedachten, woorden en gevoelens. Alles draait door elkaar, steeds sneller en sneller. Je probeert een gedachte vast te pakken, maar voordat je die onder woorden kunt brengen, is hij alweer verdwenen. Je weet dat je iets voelt. Heel veel zelfs. Maar je kunt er niet meer bij. En hoe harder je probeert om jezelf uit te leggen, hoe groter de paniek wordt.
Misschien herken je dit wel.
Wanneer gevoelens een razendsnelle mallemolen worden
Sommige mensen ervaren emoties als een soort draaimolen die langzaam op gang komt. Aanvankelijk kun je nog herkennen wat je voelt. Misschien ben je verdrietig, teleurgesteld, gekwetst of bang. Maar wanneer de spanning toeneemt, gaat die draaimolen steeds sneller draaien.
Gedachten als 'Wat als ik iets verkeerd zeg?', 'Straks wordt de ander boos', 'Misschien vindt mijn partner me lastig' of 'Wat als ik verlaten word?' buitelen over elkaar heen. Tegelijkertijd voel je verdriet, angst, boosheid, schaamte of eenzaamheid. Alles is er tegelijkertijd. Je probeert woorden te vinden om duidelijk te maken wat er gebeurt, maar je hoofd lijkt niet meer mee te werken. Het wordt steeds moeilijker om onderscheid te maken tussen wat je denkt, wat je voelt en waar je eigenlijk behoefte aan hebt.
En uiteindelijk blijft er nog maar één overheersend gevoel over: paniek. Het kan lijken alsof je niet wilt praten, je afsluit of de ander buitensluit. Maar vanbinnen gebeurt vaak precies het tegenovergestelde. Je wilt juist zo graag begrepen worden.
Alleen lukt het op dat moment niet meer om jezelf uit te drukken.
Waarom je brein blokkeert bij intense emoties
Wanneer je emotioneel overspoeld raakt, kan je zenuwstelsel in een toestand van verhoogde alertheid terechtkomen. Je brein signaleert gevaar, ook wanneer er op dat moment geen sprake is van daadwerkelijk fysiek gevaar. Dat gevaar kan bijvoorbeeld bestaan uit de angst voor afwijzing, boosheid, kritiek, conflicten of verlating. Je stresssysteem wordt geactiveerd. Je lichaam bereidt zich voor om te vechten, te vluchten of te bevriezen.
Door de hoge spanning kunnen functies zoals helder nadenken, relativeren, reflecteren en woorden vinden tijdelijk minder goed beschikbaar zijn. Dat verklaart waarom je soms precies weet dát je iets voelt, maar niet meer kunt vertellen wát je voelt. Je bent op dat moment niet onwillig. Je bent overspoeld.
Je zenuwstelsel heeft dan eerst behoefte aan veiligheid en regulatie, voordat er weer ruimte kan ontstaan om te voelen, na te denken en te communiceren.
Wat je vroeger hebt geleerd over emoties
Bij sommige mensen ligt de oorsprong van deze reacties in ervaringen uit hun jeugd. Stel je een kind voor dat verdrietig, bang of boos is. Het kind zoekt contact met een ouder, omdat het nog niet zelfstandig kan omgaan met alle gevoelens die het ervaart. Het heeft behoefte aan iemand die luistert, geruststelt, helpt begrijpen wat er gebeurt en laat merken dat gevoelens er mogen zijn.
Maar wat gebeurt er wanneer een ouder zelf overspoeld raakt door de emoties van het kind? Misschien reageert die ouder heel heftig, wordt boos, zegt dat het allemaal te veel is of stuurt het kind naar zijn kamer. Het kind blijft achter met gevoelens die het nog niet zelfstandig kan reguleren. Het leert mogelijk niet: 'Ik mag verdrietig zijn en iemand helpt mij.' Maar juist: 'Mijn gevoelens zijn te veel.' Of: 'Als ik laat zien wat ik voel, word ik afgewezen.' En misschien zelfs: 'Als ik mijn emoties uit, raak ik de verbinding kwijt.'
Wanneer zulke ervaringen zich herhalen, kunnen ze diep verankerd raken in de manier waarop iemand omgaat met emoties en relaties.
Het uiten van gevoelens wordt dan onbewust gekoppeld aan gevaar.
Je partner is niet je ouder, maar je zenuwstelsel kan anders reageren
Wat het ingewikkeld maakt, is dat deze oude ervaringen opnieuw geactiveerd kunnen worden in een volwassen liefdesrelatie. Juist omdat een partner emotioneel belangrijk voor je is, kan de angst om de verbinding te verliezen bijzonder sterk worden.
Wanneer je partner bijvoorbeeld teleurgesteld reageert of vraagt waarom je niet vertelt wat er aan de hand is, kan dat onbewust herinneringen oproepen aan eerdere ervaringen waarin jouw gevoelens niet welkom waren.
Je weet misschien rationeel dat je partner naar je wil luisteren. Je weet misschien zelfs dat je partner van je houdt en je niet zomaar zal verlaten. Toch voelt je lichaam iets heel anders.
Je voelt dreiging.
Je voelt angst.
Je voelt dat je iets moet uitleggen, maar tegelijkertijd ben je bang voor de gevolgen wanneer je dat doet.
En daar begint de mallemolen opnieuw. Je emoties worden steeds intenser, je gedachten draaien steeds sneller en het vermogen om te communiceren neemt af. Niet omdat je partner hetzelfde is als je ouder, maar omdat je stresssysteem reageert vanuit eerder geleerde patronen van onveiligheid.
De Window of Tolerance: waarom praten soms niet meer lukt
Binnen de traumatherapie wordt vaak gewerkt met het begrip Window of Tolerance, oftewel het spanningsgebied waarbinnen je gevoelens en prikkels kunt verdragen zonder volledig overspoeld te raken.
Wanneer je binnen dit gebied blijft, kun je emoties ervaren én tegelijkertijd nadenken, luisteren en communiceren.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Ik merk dat ik verdrietig word van wat je zegt.'
Of: 'Ik voel me onzeker en ben bang dat je boos op me bent.'
Maar wanneer de spanning te hoog oploopt, kun je buiten dit optimale spanningsgebied terechtkomen. Je kunt dan overmatig geactiveerd raken, met gevoelens van angst, onrust, paniek of een sterke lichamelijke spanning. Soms reageert je systeem juist door af te vlakken, te verstarren of emotioneel af te sluiten.
In beide situaties wordt het moeilijker om op een rustige en bewuste manier contact te maken met je gevoelens en gedachten. Het heeft dan weinig zin om jezelf te dwingen direct uit te leggen wat er aan de hand is.
Eerst moet de spanning voldoende zakken. Pas daarna ontstaat er weer ruimte voor woorden.
Wat gebeurt er met je partner?
Ook voor een partner kan dit ingewikkeld zijn. Misschien ziet je partner dat je verdrietig bent of gespannen raakt en wil diegene graag begrijpen wat er gebeurt. Je partner vraagt: 'Wat is er?' of 'Vertel me alsjeblieft wat je voelt.' Maar je krijgt geen woord uit je mond. Je partner kan zich daardoor machteloos voelen en gaat misschien nog meer vragen stellen. Hoe meer vragen er komen, hoe groter de druk kan worden die jij ervaart om antwoord te geven. En hoe groter die druk, hoe sneller je mallemolen draait.
Zo kunnen twee mensen die allebei behoefte hebben aan verbinding, onbedoeld terechtkomen in een patroon van toenemende spanning en wederzijds onbegrip. De één wil graag helpen en begrijpen. De ander wil graag vertellen, maar kan het niet.
Het is belangrijk om te beseffen dat op zo'n moment niet altijd méér praten de oplossing is.
Soms begint verbinding juist met even niets hoeven zeggen.
Hoe kom je uit die mallemolen?
De eerste stap is herkennen wat er gebeurt. Wanneer je merkt dat je gedachten steeds sneller gaan, je spanning oploopt en het moeilijk wordt om woorden te vinden, probeer dan niet nog harder te zoeken naar de juiste uitleg. Erken dat je overspoeld raakt. Je kunt bijvoorbeeld tegen je partner zeggen: 'Ik voel heel veel, maar ik kan er nu geen woorden aan geven. Ik heb even tijd nodig om rustig te worden.'
Soms zijn zelfs deze woorden nog te moeilijk. Dan kan een vooraf afgesproken woord of gebaar helpen om duidelijk te maken dat je spanning te hoog is opgelopen. Het belangrijkste is dat je eerst weer veiligheid en rust ervaart.
Dat kan bijvoorbeeld door rustig te ademen, je voeten op de grond te voelen, je aandacht naar je omgeving te brengen of even afstand te nemen van het gesprek. Ook je partner kan hierbij helpen. Dat noemen we co-regulatie: het zenuwstelsel kan tot rust komen door de nabijheid, rust en steun van een ander.
Denk aan een rustige stem, een geruststellende houding, samen stilzitten of een arm om je heen, wanneer dat voor jou prettig en veilig voelt. Pas wanneer de spanning voldoende is afgenomen, kun je opnieuw proberen stil te staan bij je gevoelens.
Als praten nog te spannend is, begin dan met schrijven
Soms merk je dat je na een tijdje weer helder kunt nadenken. De woorden komen terug, maar het uitspreken ervan voelt nog steeds beangstigend. Je bent misschien bang voor de reactie van je partner. Bang dat de ander je gevoelens overdreven vindt. Bang om afgewezen te worden. Of bang om opnieuw de verbinding te verliezen.
Op zulke momenten kan schrijven een waardevolle tussenstap zijn. Door je gevoelens op papier te zetten, geef je jezelf de mogelijkheid om ze in je eigen tempo te ordenen. Je hoeft niet meteen de juiste woorden uit te spreken en je hoeft ook niet direct te reageren op de reactie van de ander. Probeer daarbij zoveel mogelijk vanuit jezelf te schrijven.
Bijvoorbeeld:
'Ik voel me gekwetst wanneer ik het idee heb dat je me niet begrijpt.'
'Ik merk dat ik bang word wanneer er spanning tussen ons ontstaat.'
'Ik voel me eenzaam als ik mijn gevoelens niet onder woorden kan brengen.'
'Ik ben bang dat je me zult afwijzen als ik laat zien hoeveel verdriet ik heb.'
Door vanuit de ik-vorm te communiceren, vertel je iets over jouw binnenwereld zonder de ander direct te beschuldigen. Dat vergroot de kans op wederzijds begrip en een verbindend gesprek. Natuurlijk heb je geen garantie dat de ander altijd empathisch zal reageren. Veilig communiceren vraagt inzet van beide partners. Maar wanneer je in een veilige relatie stap voor stap kunt ervaren dat je gevoelens worden gehoord en serieus genomen, kunnen er nieuwe ervaringen ontstaan.
Ervaringen die helpen om oude overtuigingen te veranderen.
Je emoties zijn niet verkeerd, ze hebben ruimte nodig
Misschien heb je vroeger geleerd dat je emoties lastig waren.
Dat je te gevoelig was.
Dat je niet boos mocht worden.
Dat je verdriet te veel was voor de ander.
Of dat je gevoelens beter voor jezelf kon houden.
Maar emoties zijn op zichzelf niet verkeerd.
Ze vertellen je iets over wat je raakt, wat belangrijk voor je is en waar je behoefte aan hebt.
Wanneer je als kind onvoldoende hulp hebt gekregen bij het begrijpen en reguleren van je gevoelens, kan het als volwassene moeilijk zijn om hiermee om te gaan. Dat betekent niet dat je dit niet alsnog kunt leren.
Door te begrijpen hoe je stresssysteem werkt, oude patronen te herkennen en te oefenen met emotieregulatie, kun je geleidelijk meer ruimte ontwikkelen om bij je gevoelens te blijven.
Binnen traumagerichte therapie kan daarnaast aandacht worden besteed aan de ervaringen waardoor het uiten van emoties ooit onveilig is gaan voelen. Het doel is niet om nooit meer angst, verdriet of spanning te ervaren. Het doel is dat je gevoelens er mogen zijn, zonder dat je er volledig door wordt overspoeld.
Van paniek naar verbinding
Misschien draait jouw mallemolen op dit moment nog regelmatig op volle snelheid. Misschien heb je nog vaak het gevoel dat je van alles wilt vertellen, maar geen enkel woord kunt vinden. Probeer dan te onthouden dat je niet direct een oplossing hoeft te vinden. Je hoeft je gevoelens niet onmiddellijk te kunnen uitleggen. En je hoeft niet tegen jezelf te vechten omdat je blokkeert.
Eerst rust. Dan ruimte. Dan woorden.
Wanneer je leert herkennen wat er in je lichaam gebeurt en jezelf de tijd geeft om weer tot rust te komen, ontstaat er geleidelijk ruimte om te ontdekken wat je werkelijk voelt. En juist daar kan iets veranderen. Waar vroeger het uiten van emoties misschien leidde tot afwijzing of afzondering, kan nu langzaam ruimte ontstaan voor begrip, veiligheid en verbinding.
Niet door de mallemolen nog harder te laten draaien.
Maar door te leren hoe je hem stap voor stap kunt vertragen.
Want soms is de belangrijkste stap niet leren om beter te praten, maar ervaren dat het veilig is om te voelen.
Wil je graag hulp hierbij of meer informatie neem dan contact met mij op.
Reactie plaatsen
Reacties